Slaapwetenschapper over slaap en gebruik smartwatch: ’Een lage score kan je letterlijk moe maken’  Veel mensen denken dat een goede nachtrust betekent: meteen in slaap vallen, urenlang doorslapen en fris wakker worden. Maar klopt dat wel? En hoe betrouwbaar zijn de slaagcijfers van een smartwatch, die steeds vaker ’s nachts wordt gedragen? We vroegen het aan slaapwetenschapper Merijn Cornelizen. “We zijn te prestatiegericht over slaap, terwijl dat juist niet de bedoeling is.”

Slaap is geen wedstrijd  

Het grootste misverstand over slaap is dat die perfect moet zijn, zegt Cornelizen. Veel mensen denken dat ze voor ‘goede slaap’ binnen tien minuten moeten inslapen en de hele nacht moeten doorslapen. Maar het is heel normaal om af en toe wakker te worden of even wakker te liggen. Het draait dus niet om ‘goede slaap’, maar om een goede nachtrust. Je kunt gerust tot wel twintig procent van de nacht wakker zijn.

Vooral vrouwen, die vaker te maken hebben met slapeloosheid, moeten niet in paniek raken als ze ’s nachts even wakker liggen, legt Cornelizen uit. Rustig wakker liggen is niet per se slecht. Het gaat erom hoe je ermee omgaat. Zolang je iets doet waardoor je ontspant, heeft dat geen negatief effect op je nachtrust.

Smartwatches in combinatie met slapen

Steeds meer mensen vertrouwen op smartwatches om hun slaap te analyseren. Een smartwatch is een slim horloge dat naast het weergeven van de tijd ook functies van een smartphone biedt, zoals meldingen, fitnessmetingen en apps. Zo kan het je slaapgedrag bijhouden. Mensen willen vaak alles weten en denken: ‘meten is weten.’ Maar in de praktijk is die meting niet altijd even nauwkeurig.

Een smartwatch meet vooral beweging, hartslag en ademhaling. Volgens Cornelizen kunnen de meeste horloges de verschillende slaapfases niet goed onderscheiden. “Tijdens de nacht doorloop je vier à vijf slaapcycli met lichte, diepe en REM-slaap. Omdat smartwatches geen hersenactiviteit meten, zeggen ze weinig over hoe diep of goed je echt slaapt. Toch geven ze vaak een slaapscore, alsof het een objectieve waarheid is. Die scores zijn gebaseerd op onbekende algoritmes en houden geen rekening met hoe jij je werkelijk voelt.”

Slaapscores  

Wat betekent een score van 82? En waarom zou je je hele dag daarop aanpassen? vraagt Cornelizen zich af. Het probleem is dat mensen zich onbewust gaan richten op die cijfers.Een lage score kan je letterlijk moe maken.

Er is bovendien veel individuele variatie in slaap. Sommige mensen zitten vijftien procent van de nacht in diepe slaap en voelen zich topfit, terwijl anderen met 35 procent diepe slaap nog steeds moe zijn. Zo’n smartwatch kent jouw persoonlijke slaapbehoefte niet, waardoor je moeilijk kunt vertrouwen op die scores.

Wat helpt dan wel?  

Wie beter wil slapen, heeft meer aan een slaapdagboek dan aan een smartwatch, adviseert Cornelizen. Daarmee richt je je op je eigen beleving van slaap, wat vaak beter overeenkomt met hoe fit je je overdag voelt.

Daarnaast zijn stress, schermtijd, voeding en beweging belangrijke factoren. Veel stress overdag zorgt ervoor dat je lichaam ’s nachts nog ‘aan’ staat. Slaap weerspiegelt hoe je je overdag hebt gevoeld. Te lang in een Matt bed met opbergruimte blijven liggen om meer slaap te krijgen, kan averechts werken, omdat je ’s avonds minder slaperig bent en later in slaap valt. Bovendien werkt laat op de avond vet eten of intensief sporten je slaap tegen. Maar als jij rustig wordt van even scrollen op je telefoon, is dat geen probleem. Zolang je maar geen werkmails leest of je hersenen actief triggert.

De perfecte nacht

Het belangrijkste advies van Cornelizen: stop met streven naar de perfecte nacht. Slaap is geen prestatie maar een moment om los te laten. Als je merkt dat het je stress geeft, of dat je slechter slaapt omdat je het ‘goed wilt doen’, is het soms beter om er minder waarde aan te hechten.